Un geste de couleur part 1

un geste de couleur part 1 un geste de couleur part 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Vraagt kleur zich af: En ik,
en ik? wat te maken van mij? waartoe
ben ik bestemd? wat roept mij op?’ *

 

Lange tijd was het de functie van de kleur om de vorm te affecteren, door te omhullen en in te kleuren. Zodra de nadruk op ruimte, vorm en materie komt te liggen, verdwijnt de kleur als de toevoeging. Pas bij het verdwijnen van de omlijning krijgen we een emancipatie van de kleur in het figuratieve veld. De link met de representatie wordt losgekoppeld en vorm ontstaat uit kleur. Maar ook materie en vorm kunnen kleur oproepen. Kleur is niet langer beperkt tot een toevoeging, maar laat zich in haar zuiverheid citeren vanuit of simultaan bij het ontstaan van de vorm. Als kwaliteit van materie en er tevens deel van uitmakend. Als zichtbaar spoor van de singuliere geste van de kunstenaar.


‘Ik, de kleur, zou ik
kleur zijn indien er geen enkel oog
was om me te reflecteren?’ *

 

Terwijl ze toch deel uitmaakt van het alledaagse, is kleur een enigmatisch fenomeen. Want dingen rondom ons hebben niet de kleur die we waarnemen. Kleur is subjectief onderhevig aan licht en omstandigheden waarin ze zich voordoet. Maar kleur maakt ook zichtbaar. Want stel dat in de ons omringende wereld alles dezelfde kleurtint had. Waaraan zou het zichtbare dan zijn particuliere kleuren ontlenen? En hoe kunnen we dan de eigenlijke kleur van iets kennen los van de optische kleur die het verkrijgt door lichtinval. Onze ogen zouden nooit de algemene kleurtoon, de sleutel van de particuliere chromatismen als het ware, van de dingen kunnen achterhalen.

De onbepaaldheid doet zich voor: het ver-beelden van kleur. De kleur overstroomt de grenzen van de primaire kleur en meandert naar een delta met onnoemelijke variaties. Zonder opgesloten te worden in een om-tekening. Door het loskoppelen van de presentatie met de werkelijkheid ontstaat een rijkdom aan differenties in kleurnuances. Kleurwaarneming is subjectieve ervaring met een eigen kwaliteit. De vraag is of deze ervaring iets anders of meer voorstelt dan de mentale of cognitieve processen van de hersenen.

Kleur is geen private gewaarwording, ze onderstreept de intersubjectiviteit. Ze wordt aangeleerd. In de sociale ruimte ziet de ene toeschouwer de kleur anders dan zijn buurman, toch begrijpen ze dat een rood, rood is. En hoe komt het dan dat we roodheid waarnemen als rood? Het zien van kleur is als datgene wat we al weten, maar blijkbaar zijn vergeten of niet meer zien, omdat kleur als vanzelfsprekend wordt gezien.

Als we de vraag naar kleur stellen, stellen we tevens de vraag naar ons waarnemings- en voorstellingsvermogen. Het kunnen functioneren van die conventie impliceert dat er een logische relatie moet bestaan tussen de kleuren in de natuur en de indrukken die ze in ons oproepen. Maar hebben we in de transparantie een begrip van kleurloosheid of botsen we hier op de grens van ons voorstellingvermogen?


‘Zij is kleur als materie (...)
De kleur-materie zegt niet: en ik, en ik,
tot wat ben ik bestemd?’ *

 

We kunnen ons materie voorstellen, maar kunnen we ons kleur voorstellen als materie? Kan kleur aanwezig zijn zonder iets anders te zijn dan kleur, zonder vorm? Kleur bestaat niet los van materie, ze is een staat van de materie. Maar ze gedraagt zich als een veranderlijk fenomeen. Deze immateriële-materie laat zich niet vatten en vraagt te kijken vanuit een soort beleven. Niet kijken als een her-kennen, maar zoals we een kleur voor het eerst, en zonder doel voor ogen, zouden waarnemen.

 

* Jean-François Lyotard, ‘sans appel, transe de couleurs et pensées’, in: ‘Karel Appel. Un geste de couleur’. Ed. Herman Parret, L.U.P., Leuven, 2009, vertaalt uit het Frans. resp. p.110, p. 112, p. 137-139

 

© Eva Steynen, Antwerpen, november 2012

 

 

http://gestedecouleur.wordpress.com/