Nina Vanhee

website Nina Vanhee

In Nina Vanhee haar werk ligt, onder het op het eerste zicht kalme oppervlak, een dubbelzinnigheid: een veelheid van onderling strijdige elementen. Frame[d]-Identities is haar eerste grote tentoonstelling. Vanhee is schilder van opleiding en werkt vooral op grote vellen papier. In haar eerder tekenachtige stijl gaat zij aan de slag met beelden uit een willekeurig aangelegd archief. Naar aanleiding van Frame[d]-Identities stelt Vanhee zich daarbij de vraag: 'wat gebeurt er als je een context, een kader (bijna) verwijdert?'.

nina

foto © Thierry Jorissen

Vanhee haar werk getuigt van een haarfijne observatie van ons tijdsgewricht. In een eerste aanblik lijkt die observatie eerder afstandelijk, maar in een volgend moment voelt men de zindering van een alertheid. Zij is geïnteresseerd in wat er niet is of niet meer is, maar toch een spoor heeft achtergelaten. Datgene wat een schaduw werpt op zijn afwezigheid. In haar werk zijn de schaduwen 'belangrijker dan wat een schaduw werpt'. De schaduw fungeert slechts al contour. Vanhee's werk is een stilte die getuigt van een afwezigheid. 'Misschien schuilt er in de stilte een groter verzet dan in de schreeuw.'

Frame[d]-Identies stelt veertien van Nina Vanhee haar grote werken tentoon en ook vijf kleinere arcylwerkjes. Voor haar groot werk op papier gebruikt zij zowel potlood, pen, vetkrijt, acrylverf als andere materialen naast en door elkaar. Hoewel zij opgeleid is als schilder beschouwt zij zichzelf eerder als een tekenaar. Ook acryl hanteert zij eerder als tekenmateriaal dan als verf.
Deze 'tekenachtige' stijl is een bewuste keuze, zo stelt Vanhee: 'Voor mij vormt het een directere manier van werken. Een tekening valt moeilijker bij te werken of te retoucheren. Een olieverfschilderij daarentegen is controleerbaarder: het kan bijna tot in het oneindige worden aangepast. Een ander aspect dat deze manier van werken interessant maakt zijn de onvoorziene gebeurtenissen, zoals spatten of vegen, die dan ook geïntegreerd moeten worden in het geheel. Dit impliceert een bepaalde aanvaarding van wat er op het papier gebeurt. De aanvaarding dat het buiten mijn controle valt en van het feit dat de materie het soms over neemt. Wat ik toch nog bijwerkt of verander laat zijn sporen na, en maakt deel uit van het werk. Ik laat de 'fout' zichtbaar zijn. Zodoende is mijn werk vaak een combinatie van bewuste beslissingen en toevalligheden.'

Nog een andere rede die haar keuze om te werken op papier bepaalt is de kwetsbaarheid en vergankelijkheid van dit materiaal. Het zijn tevens terugkerende thema's in haar werk, zodoende krijgt deze vormelijke beslissing ook inhoudelijke implicaties.

Vanhee's werk thematiseert het desolate, het tijdelijke van zowel mens en ruimte. Zo stelt zij: 'Ik ben geïnteresseerd in de wrakstukken, de resten van de realiteit. Misschien zijn deze overblijfselen wel de meest echte delen van de wereld waar we in leven. Ik probeer vast te leggen in een beeld wat zich net buiten ons blikveld bevindt, dat wat meestal juist afwezig is, maar nog net een schaduw van zijn afwezigheid op ons werpt. Wat ik vaak doe is de verhouding tussen achtergrond en voorgrond veranderen of op zijn minst in twijfel trekken. Ik doe dit om een discours over het belang dat aan verschillende dingen gehecht wordt in vraag te stellen.
Vaak werk ik met architecturale beelden. Ik hou vooral van bouwvallen en industriële ruïnes. In het verval en de vergankelijkheid komt de menselijkheid terug boven. Misschien gaat het met gebouwen net zoals met mensen. Ze hebben pas geleefd als ze een beetje kapot zijn, als ze de sporen dragen van een niet meer te achterhalen geschiedenis.
Langs de andere kant kan men een huis ook opvatten als een tweede huid die een menselijk wezen omhult en kan de huid van een huis, de façade en de muren dus iets intiems hebben. In bijna elke muur zitten wel ramen of gaten (of zelfs deuren) waardoor men naar binnen kan kijken en een intimiteit aanschouwen. 

Ik werk altijd naar foto’s, beelden uit hoofdzakelijk kranten, die ik al 15 jaar lang verzamel. Deze beelden sorteer ik niet: noch chronologisch, noch naar thema of op een andere manier. Ook hou ik de context niet bij van deze beelden of de naam van degene die ze heeft genomen. Na al die jaren heb ik een archief van beelden bij elkaar gebracht, die een willekeurige interactie met elkaar aangaan. Ik construeer door combinatie, toevoeging, weglating en verschuivingen een geheel ander werk. Op een bepaalde manier ben ik dus eigenlijk een recyclagekunstenaar. Ik verzamel de resten van een maatschappij, van een discours en maak er iets anders van. Ik ruk het onderwerp uit zijn context, zijn geografische, temporele, politieke of culturele achtergrond. Zo blijft alleen het beeld als beeld over in zijn verbijsterende feitelijkheid. Op deze manier probeer ik de onderwerpen, mensen of architecturale constructies te ontcategoriseren, om uiteindelijk een uniciteit, een singulariteit te tonen.'

© Nina Vanhee en Eva Steynen, Antwerpen, december 2008