Nina Vanhee

website Nina Vanhee

Tijdens Touch-Line toont Nina Vanhee (°1979) zowel grote transparante tekeningen op kalkpapier als kleine acrylschilderijen op doek. De 'kalken' vormen een nieuwe evolutie, waarbij ze in een spel met ruimtelijkheid en vervreemding voor- en achterkant van het semi-transparante vlak bewerkt. Bij de kleine doeken primeert vooral de architecturale vorm, ze omvatten zowel nieuw als ouder werk. Op het eerste zicht lijken de werken binnen deze tentoonstelling eerder abstract. Maar de werkelijkheid is hier echter nooit veraf. Want Nina Vanhee plaatst ons midden in dat wat achterblijft: de brokstukken van de realiteit. Die dubbelzinnigheid loopt dan ook als een rode draad door haar oeuvre. Met een gefotografeerde werkelijkheid als basismateriaal laat zij ons tevens mee kijken doorheen de barsten van het zien.

touch-flyer

Een aanwezige afwezigheid

Hoewel schilder van opleiding, valt Nina Vanhee op door haar 'tekenachtige' en uitgepuurde stijl. Er zit tekenen in haar schilderen, en omgekeerd. De typische snelle droogtijd van acrylverf resulteert in een meer directe manier van werken. Op haar doeken schetst ze vooraf summier de compositie en haar schilderstijl heeft iets grafisch. Bij het maken van de tekeningen gebruikt ze dan weer verschillende materialen zoals naast potlood ook tape en viltstift. Maar ook acryl, die ze hier meer als tekenmateriaal hanteert dan als verf. De tekeningen op kalk vormen een verdere evolutie die voortkomt uit een nieuwsgierigheid naar de mogelijkheden van het materiaal. Hoewel doek en papier, klein en groot elkaar aanvullen is hun creatieproces erg verschillend. De kleine doeken ontstaan in één trek. De grote vellen papier vragen meer afstandname, ze ontstaan met tussenpauzes. Soms gaat aan die ene krijtlijn, die eerste penseelstreek een lange concentratie vooraf. En dan ineens is daar net die ene beweging die haar spoor nalaat. en voelen we de directheid waarmee het penseel of het potlood de drager raakte. Hierin ligt tevens een openheid op het onverwachte. Nina Vanhee retoucheert of overschildert nooit: de 'fout', dat wat aan de controle ontsnapt, blijft zichtbaar.

Aan elk nieuw werk gaat een zoeken vooraf naar beeldmateriaal uit een bewust ongeordend archief. Lange tijd verzamelde Nina Vanhee hoofdzakelijk beelden uit kranten, maar steeds meer gebruikt zij zelfgemaakte foto's. Maar ook het op de foto geregistreerde vormt een pseudo-aanwezigheid én een feitelijke afwezigheid - die, eens in handen van Nina Vanhee, elke context wordt ontnomen. Zij thematiseert dan ook het spoor op zich dat achterblijft. Die afwezigheid toont de kunstenaar als een ondefinieerbaar iets en creëert een desolate sfeer. Het spoor van iets dat niet meer aanwezig is, komt vormelijk tot uiting in de grote tekeningen op kalk: voor- en achterkant laten elkaars indruk na. Het vetkrijt laat tijdens het creatiepoces zijn sporen achter op de tekentafel. Als een soort na-beeld. Niet te verwarren met het herinneringsbeeld waarin context en geheugen worden geëvoceerd. Nina Vanhee hanteert het beeld als beeld, ontdaan van elke narratieve context.

Deconstructie van de ruimte

De menselijke figuur is opvallend afwezig in het werk dat we selecteerden voor Touch-Line. Dit in schril contrast tot de grote tekeningen die Nina Vanhee vorig jaar toonde tijdens Frame[d]-Identities. Inhoudelijk presenteren haar kleine doeken architecturale beelden. Maar het desolate appelleert aan een afwezigheid. Als restanten die getuigen van een menselijke aanwezigheid. Onlangs zei fotograaf Roel Jacobs dat de ramen van huizen de ogen zijn van een stad. Ze kijken terug. Een huis is als een tweede huid, stelt Nina Vanhee. De architecturale ruimte heeft echter ook iets dwingends. Haar vorm bepaalt hoe mensen er zich in bewegen. Maar architectuur kan een controlesysteem en hyperrationaliteit in zich dragen, dat onmenselijk wordt. In één van haar werken thematiseert Nina Vanhee die onmenselijkheid in het torengebouw. Twee torens: perspectiefloos. Hun 'na-beeld' brandt in ons collectief geheugen. Zij toont de tweeling, gefragmenteerd, verworden tot de inwisselbare schaduw van elkaar. Een statische grafiek als de ultieme belichaming van een digitaal, meetbaar systeem1.

Elk geometrisch perspectief dat het zien kadert, bemeestert, is afwezig bij Nina Vanhee, zowel in haar tekeningen als haar doeken. Toch ontstaat er een gevoel van een geordende ruimtelijkheid, maar dan vanuit de deconstructie, de vervreemding. Voor- en achtergrond haalt zij bewust door elkaar. Bij de nieuwe tekeningen op kalk doet zij dit zelfs letterlijk door ook de achterkant van het platte, transparante vlak te bewerken en zichtbaar te tonen.

Deze transparanten lijken een logische evolutie in Nina Vanhees deconstrueren van het ruimtelijke. Zij doorbreekt de distinctie tussen voor en achter. Tussen wat zichtbaar is en wat niet. De drager bevindt zich hier letterlijk tussen de tekening. De achterkant gaat deel uitmaken van de voorkant. In die zin interageert het platte vlak met de ruimtelijkheid van het zien. Terwijl bij de grote papieren tekeningen ons oog over het platte vlak gleed en elk detail de picturale ruimte liet zinderen, trekken de kalken onze blik meer in de 'diepte' van het werk. Vanhee stelt de evidentie van het zien in vraag, laat ons erover nadenken.

De wereld als alteriteit

Nina Vanhee toont niet een 'daar!', maar een 'waar?'. Zij wijst niet aan wat we moeten zien, maar laat ons nadenken over hoe we zien. Dat de afwezigheid inherent is aan het zichtbare. We zien het fenomeen, maar nooit de achterkant van het fenomeen, die denken we erbij. Al te vaak reduceren we het zien tot een herkennen. Een omkaderen, waarbij een centrale focus de waarneming organiseert en categoriseert tot een harmonieus geheel. Deze focus kunnen we vergelijken met het vluchtpunt in het lineair perspectief. Het kijken gaat zodoende voorbij aan wat zich in de periferie van de focus bevindt. De focus kadert, limiteert een centrale zone.

Bij Nina Vanhee is het zien niet als een her-kennen, maar een zien dat ontregelt. De niet articuleerbare rest. Wat voor haar aan elke benoeming ontsnapt is voor een ander iets waaraan dagelijks wordt voorbij gegaan. Een rest die al te snel vergeten wordt. Het bevreemdende is wat Nina Vanhee fascineert. Dat wat daar niet hoort. Wat het afgeschermde alledaagse kijken ontregelt, dat geniet haar interesse. Zij herinnert ons aan het weerbarstige, aan wat tussen de kloven van het zien valt. In haar werk schuilt een voortdurende verwondering voor de wereld als alteriteit. Zij reactiveert de sporen van de in der haast vergeten verwondering.

© Eva Steynen, Februari 2010. Tekst uit catalogus Touch-Line.