[Don't] Mind the Body

body achterkant

 

We hébben geen lichaam, we zijn een lichaam. Niet in de betekenis van een biologisch gegeven, maar als een geheel van intensiteiten en energiestromen. Een grens tussen een interne en een externe identiteit. Maar ook het lichaam als horizon van het denken. Dat is het uitgangspunt van [Don’t] Mind the Body.

De vraag naar de relatie tussen lichaam en geest, tussen denken en lichaam is eeuwenoud. Lange tijd was het lichaam slechts bijzaak. De innerlijke geest was de ware aard van de mens. Het denken werd een zuiver denken en aan het eigen lichaam werd gedacht als een res extensa. Vanuit die dualiteit kunnen we enkel nadenken over de vraag of een bepaald lichaam ons eigen lichaam is of niet. We kunnen het niet (her)kennen vanuit de ervaring, want de gewaarwordingen ontstaan niet vanuit het intellect. Het denken constitueert niet, het re-construeert. Het creëert een afstand. Zodoende zijn we vervreemd van wat ons het meest nabij is.

De samenstelling van [Don’t] Mind the Body is ontstaan vanuit de vraag hoe een aantal kunstenaars in hun werk het lijfelijke benaderen. Stellen zij het lichaam in vraag, is het de aanleiding tot een onderzoek of gebruiken zij juist het eigen lichaam als werkinstrument? De teksten zijn ontstaan vanuit een aantal vragen aan de kunstenaars om te peilen naar en een inzicht te geven in hun denken en wat dat denken beweegt. Op hun beurt vormen de catalogusteksten een soort dramaturgie, een leidraad in de uiteindelijke opbouw van de tentoonstelling.

De ervaring van het eigen lichaam stelt een grens tussen een interne en externe wereld. Juist in de (her)kenning van het eigen lichaam vormt zich het ‘Ik’. De eigen subjectieve, innerlijke ervaring kan echter niemand anders in onze plaats beleven. Maar ook al is ze niet van buitenaf toegankelijk, ze schrijft zich wel in op het lichaam. We voelen en we ervaren het lichaam omdat we ook een zintuiglijk voelbaar lichaam zijn.

Maar het lichaam is ook een kneedbare materie, een ‘Körper’ dat deel uitmaakt van een onophoudelijke cyclus van tot stand komen en uiteen vallen. De materie die onverschillig blijft tegenover ons bestaan. We vallen er echter niet volledig mee samen zoals met de substantie. We zijn een denkend lichaam. Het gegeven van de materie impliceert ook de eindigheid van het eigen denken. En zelfs al zitten we met onze gedachten in cyberspace, ons denken kan niet zonder ons lichaam. We denken vanuit het lichaam. Niet in de zin van het gevoel te laten ‘spreken’, maar door incorporatie. We zijn meer dan ‘bits and bytes’ in een machine. We zijn meer dan beweeglijke neuronen en chemische reacties in een natuurlijk lichaam.

Ons innerlijke vormt zich vanuit de ervaring van een in-de-wereld-zijn. De beleefde ervaringen doen zich steeds voor in het ‘nu’ en vormen een geheugen dat zich in het lichaam schrijft. De externe ervaring, hoe diep die ons innerlijke ook beroert, is een aangeraking van buitenaf. In de omgang met de anderen, ervaart de ander ons in de eerste instantie als een buitenkant. Ook al zijn we wie we zijn, onze identiteit is ons nooit volledig eigen, ze is nooit volledig gedefiniëerd. Daarenboven ontsnapt het diepste van ons wezen steeds aan elke poging het te vatten. Het intiemste ‘zelf’ ligt het verst van ons vandaan.

We zijn voortdurend onderhevig aan veranderende structuren, wisselende horizonten. Er is niet één wereld waarin de hedendaagse, nomadische mens zich beweegt, maar een veelheid. De zelfervaring hangt samen met de ervaring van de ander. Maar de mentale ervaring van het eigene ligt in het lichaam vervat. Het lijfelijke bepaalt enigszins een grens, maar die kan steeds overschreden worden. Het vreemde kan door incorporatie ‘eigen’ worden gemaakt.

Anderzijds is de waarneming steeds begrensd, terwijl de geest zoekt naar een meer volledig herkennen. We denken de rest erbij. Maar denken zelf is niet te omschrijven als een reeks van gegevens en uitdrukkingen. Er is altijd iets dat ontsnapt, omdat in de maalstroom van het denken het moment van de gedachte reeds voorbij is.

Het denken is een voortdurende stroom van mogelijkheden van het reeds gedachte en het nog te denken, zoals de Franse filosoof Lyotard het zo mooi uitdrukt. De ene gedachte die plaats maakt voor een nieuwe te midden van wat ons omringt, van wat reeds is, dus ook ons lichaam.

[Don’t] Mind the Body is ontstaan vanuit de reeds bestaande, verbeelde gedachten van de kunstenaars. De tentoonstelling als een body, als een ruimte voor het nog niet-gedachte.

© Eva Steynen, Antwerpen, oktober 2010