Christian Grenier

‘Ni du rouge, ni du dessin, ni de la peinture.’

In zijn werken op papier toont Christian Grenier een op til zijnde abstractie. Maar tussen de penseeltoetsen en de vaalwitte nuances doemt opnieuw de figuur op. Het is echter een vreemde schim die voortdurend in spanning staat met compositie. De spookachtige silhouetten verbleken of ontwikkelen zich juist massief en donker. Het lijken beelden uit een zeer verre herinnering, vervormd en van elk detail ontdaan.

We zien slechts een fragment van een geste. We voelen een beweging, die groot van uithaal is of traag en klein. Niet het harmonische geheel is wat de schilder betracht, maar juist het conflict tussen vorm en materie. Van de snel geschetste potloodtekening komen hier en daar losse fragmenten te voorschijn. Er is een voortdurend frictie voelbaar tussen grafiet, verf en papier.

De verf bereidt hij zelf tijdens het schilderen, naargelang de behoefte. Belangrijk is de omgang met die materie. Als een ware alchemist mengt hij natuurlijk pigment met een bepaalde hoeveelheid water en bindmiddel of polyvinylacetaat. Voor het zwartgehalte gebruikt hij houtskool. Opvallend zijn de vaalwitte nuances die hij verkrijgt door er salpeter door te mengen. De snelheid en de soepelheid van het procédé laten toe om tijdens het doseren te spelen met de verschillende gradaties in transparantie, glans of kleurnuance.

Er ontstaat een beweging in de manier waarop de verschillende materialen met elkaar interageren. Het maagdelijke papier verliest zijn onschuld en vervormt, golft, trekt en kreunt onder het gebruik van salpeter en water in de sterk verdunde, haast transparante, witte verf. De reactie van het papier is ook de reden waarom hij niet schildert op doek.

Christian Grenier bevindt zich ergens te midden van de figuratieve schilderkunst, de decompositie van Braque en het abstract expressionisme van Pollock. Alles is geoorloofd. Soms schildert hij niet gedurende weken. Tijdens die periodes neemt hij, als een spons, alles in zich op, om het dan al tekenend en schilderend ‘uit te braken’ op het papier.

De snelheid van de schilder en de graad van transparantie waarmee de verf de grafietstreep bedekt, laten op het papier een beweeglijkheid ontstaan. In de doorzichtigheid van de ‘witten’ doemen de vormen op. De verschillende ‘zwarten’ zijn dan weer opaak, zij verhullen of zetten figuren opvallend present. De ‘sanguine’ kleur refereert naar de warmte van aardewerk. Maar het rood is nooit een rood, want Christian Grenier vermijdt elke verleidelijkheid. In de figurale ruimte van het papier zindert een onrustig gebeuren, ontdaan van elke emotie, een geste van kleur.

© Eva Steynen, Antwerpen, Oktober 2010

website Christian Grenier